Data. Waar en wanneer valt dat woord in jullie organisatie? Aan het begin van een besluit, wanneer opties worden afgewogen? Of vooral als iets vastloopt bij problemen. Bij de jaarlijkse verantwoording, achteraf, in een bijlage?
Als data pas wordt ingezet wanneer er iets misgaat, is het geen stuurmiddel maar een verdedigingsmiddel. Dat is meestal geen onwil, of gebrek aan intelligentie. Het is vaak simpelweg hoe organisaties werken zolang de complexiteit te overzien is. Korte lijnen. Vaste mensen. Een gedeelde geschiedenis. Een manier van werken die zich heeft bewezen.
Kennisrijk, maar data-arm
Veel kennis zit in hoofden van de mensen die er werken. Besluiten worden genomen op basis van wat men kent en herkent. In zo’n context is data niet nodig om te functioneren. Het voelt eerder als ballast dan als hulp. Cijfers vertragen, roepen discussie op. Zolang ervaring volstaat, wint die ervaring het van data. Dat is geen zwakte, maar een fase.
Deze situaties zie je vaak bij kleine ondernemingen met pakweg vijf medewerkers en een meewerkende eigenaar die dicht bij de klant staan, en waar je misschien tien tot vijftien nieuwe klanten per jaar hebt.
Voor veel MKB-bedrijven is data nog steeds iets wat ‘erbij hoort’, maar niet per se centraal staat. Ik heb er eerder over geschreven. Lees mijn blog over ‘Wat doet het MKB met data?’
Hoezo data?
Dat roept de vraag op waarom data überhaupt belangrijk zou kunnen worden. Niet omdat data altijd gelijk heeft. Niet omdat cijfers of analisten de waarheid spreken.
Data wordt belangrijk wanneer ‘onderbuik’ niet meer volstaat. Waar data de onderbuik juist kan voeden. Wanneer besluiten uitlegbaar moeten zijn of als er discussies ontstaan. Wanneer verschillen zichtbaar worden en niet langer kunnen worden glasgestreken met ervaring of routine.
Data wordt belangrijk op het moment dat het gesprek in de organisatie verandert. Niet door dashboards. Niet door tooling. Niet door de inhuur van data intelligence specialisten. Maar doordat medewerkers vragen stellen:
- Waar baseren we dit eigenlijk op?
- Weten we dit, of denken we dit?
- Wat weten we hier eigenlijk van?
- Zien we dit overal zo?
- Kunnen we dit onderbouwen met cijfers?
Wat het kantelpunt kan zijn
Dát is het moment waarop data voor het eerst mee gaat praten. Het kantelpunt ontstaat zelden door technologie of doordat het van bovenaf wordt opgelegd. Het onstaat door verandering. Groei. Nieuwe mensen. Nieuwe markten. Nieuwe eisen, andere uitdagingen.
Op dat moment begint ervaring uiteen te lopen. Wat voor de één logisch is, voelt voor de ander als onderbuik. Besluiten moeten worden uitgelegd aan mensen die er niet vanzelf bij waren. Dán verandert de rol van data. Niet omdat cijfers ineens gelijk hebben. Maar omdat ze houvast bieden. Omdat ze helpen verschillen te benoemen. Omdat ze het gesprek verplaatsen van wie het hardst spreekt naar wat zichtbaar is. Data wordt relevant op het moment dat het gesprek daarom vraagt.
Ontdek waar je organisatie staat
Met onze QuickScan Datavolwassenheid krijg je in enkele minuten een eerste duiding van hoe data binnen jouw organisatie wordt gebruikt. Geen oordeel, geen adviesrapport. En wil je daarna verder praten, dan denken we graag met je mee.
Veelgestelde vragen over datavolwassenheid
Datavolwassenheid gaat niet over de hoeveelheid data of de middelen om die te analyseren, maar over hoe en wanneer data wordt gebruikt in het nemen van besluiten. In veel organisaties komt data pas in beeld als er iets misgaat.
Omdat ze lange tijd prima functioneren zonder. Veel organisaties zijn gewend te beslissen op ervaring, korte lijnen en impliciete kennis. Zolang dat volstaat voelt data eerder als balast dan als hulp.
Dat hoor je ons niet zeggen 😉 Het is vaak een fase in de ontwikkeling van een organisatie. Zeker bij kleinere bedrijven of instellingen met enkele medewerkers en een stabiele klantenkring.
Zodra ‘onderbuik’ en louter ervaring niet meer voldoen. Wanneer beslissingen bijvoorbeeld moeten worden uitgelegd. Wanneer meningsverschillen ontstaan of patronen niet langer vanzelfsprekend zijn.
Nee. Het kantelpunt ontstaat niet door technologie, maar door verandering in het gesprek binnen de organisatie. Data wordt relevant wanneer medewerkers vragen gaan stellen als: “Waar baseren we dit eigenlijk op?”
Meestal groei en verandering: nieuwe mensen, nieuwe markten of andere eisen. Ervaring loopt dan uiteen en inzicht uit data helpt om verschillen zichtbaar en bespreekbaar te maken.
